Ik zit op een avond met een jong paar te praten. We spreken over hun huwelijksviering, want ze willen elkaar het ja-woord geven. Uiteraard hebben we het over het belang van deze stap. Het is niet een afspraak voor een avondje stappen. Het is een keuze voor het leven, althans dat is toch de intentie die achter het ja-woord zit. Een levenskeuze die diep zal ingrijpen in het dagelijks leven van elk van de partners. Zo’n levenskeuze maak je dan ook niet van de ene dag op de andere; daar gaat vaak een lange voorbereidingstijd aan vooraf.
En dan is het mooi wanneer je in die keuze bevestigd wordt, uiteraard door je partner, maar ook door je directe omgeving, je ouders, je broers en zussen. Het is een hele steun als ouders kunnen zeggen: ga je gang, zoon, wij staan achter je. Of: het is goed zo, mijn dochter, we zijn blij voor je.
Die bevestiging van iemand die ons dierbaar is, doet ons goed. We worden dan niet alleen in de keuze bevestigd, maar in heel ons mens-zijn. Als mens worden we gewaardeerd, bemind, geliefd. Dat is wat ons gelukkig maakt op onze trouwdag. We worden helemaal geaccepteerd, helemaal aanvaard. We horen zeggen: jij bent mijn beminde, mijn geliefde.
En eigenlijk is dat steeds wat ons raakt, bij elke ontmoeting, als we horen, soms hoorbaar, soms onhoorbaar: jij bent mijn beminde. Die bevestiging hebben we allemaal nodig. We spreken het uit wanneer een kind gedoopt wordt: jij bent een kind van God, jij bent ons geliefd kind. We spreken het uit als jongelui gevormd worden: jij bent ons kind, Gods kind: wees gesterkt door zijn geest. Maar we horen het ook als iemand is gestorven: we houden hem of haar in onze herinnering als onze dierbare: jij bent mijn geliefde. De liefdesband blijft, hoewel op een andere manier ingevuld.
Die bevestiging, die ervaring dat hij op de goede weg was; dat horen we als Jezus gedoopt wordt. In zijn leven heeft hij keuzes gemaakt. Nu kiest hij voor een leven van bekering, een leven als gedoopte leerling van Johannes de Doper. Het evangelieverhaal laat ons weten: God sprak zijn bevestiging uit. Hij stond achter de keuze. Jezus is zijn beminde zoon.
Jezus moet zich enorm bevestigd hebben gevoeld. Dat wat tussen mensen gebeurt, dat wat we ook sporen van God noemen, dat ervaart hij ten diepste. De hemel ging voor hem open. Wanneer zeggen we dat? Toch alleen als we zielsgelukkig zijn, gelukkig in de keuzes die hebben gemaakt, gelukkig met de mensen om ons heen. Dat ervaart Jezus ook, nu hij gedoopt is in de Jordaan.
Gods geest kwam als een duif neerdalen, zo zag hij. Als een duif: teken van vrede en gerechtigheid, teken van vrijheid en vreugde. Zo werkt Gods geest voor wie er open voor staat. En ten slotte horen we een stem uit de hemel. Wie anders dan God kan dat zijn? En dan die prachtige bevestiging: Dit is mijn geliefde zoon, in wie ik welbehagen vind. God is gelukkig, als we dat zo kunnen uitdrukken, met Jezus.
Het geluk straalt er van af. Jonge mensen kunnen dat zeggen: ik ben gelukkig met jou. Ouderen kunnen dat tegen elkaar zeggen, maar ook tegen hun kinderen. de juffrouw op school kan het zeggen. Eigenlijk kunnen we het allemaal zeggen: we zijn gelukkig met jou. Ik ben gelukkig met jou. Dat is eigenlijk wel een mooie opdracht zo aan het begin van het nieuwe jaar. Zeg eens tegen elkaar: jij bent mijn geliefde, in wie ik vreugde vind.
En dat heeft een keerzijde: wanneer we kunnen zeggen: ik ben gelukkig met jou; dan staan onze oren ook open om te horen als iemand dat tegen ons zegt. Vreugde vinden en vreugde geven; het wisselt elkaar af. geliefd zijn en geliefd worden is onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Met de vraag voor vandaag kunnen we dan ook twee kanten op. We kunnen onszelf afvragen: wie is mijn beminde in wie ik vreugde vind? Maar ook: wie zegt tegen mij: jij bent mijn beminde in wie ik vreugde vind?